Het moment was me nooit helemaal duidelijk voor de geest gekomen, doch toen ik je zag, daar op dat speciale moment, was het een onomstotelijk weten dat je het was. De omstandigheden deden er op zich niet toe. Het was je verschijning, je voorkomen en met name je voorkomendheid, die me raakte. Je voor mij zichtbare pantser, waarachter ik niet hoefde te vermoeden, doch wist.
Hoe....? Hoor ik je denken. "Hoe wist je, wat je meende te weten"?
Hoe?
Ik zie, zonder te zien, doch zie voelsmatig en weet niet beter. Ik weet, zonder uit te kunnen leggen wat ik weet en weet niet beter. Ik geloof ik wat ik voel en als ik wijs zou zijn, dan zou ik daar meer naar moeten luisteren, naar leven.
En jij? Jij geloofd niet in al die quatch. Jij bent de ratio, doch ben je ook de rede? Is het niet een pietsie onredelijk om mijn diepste ik als zweverig weg te wuiven?
Ik weet. En niet altijd is het weten een zegen. Helaas weet ik dan net weer niet de kwintesses, het fijne, exact. Het jou willen overtuigen boet hierdoor aan kracht in.
Ik dommel in mijn kleine bed
En zie voor mijn geestesoog
Jouw beeld opdoemen.
Ik ben pas drie
En huil heel zachtjes
Omdat ik weet
Nu ben ik zes of was het zeven
Voor straf heel vroeg naar bed
Roep ik je beeld op, zoals ik je zag
Van tijd tot tijd
Kwam je een poosje door mijn bolletje
zweven.
Ik koester stilletjes dit moment
En vraag je om te blijven.
Wetend dat het niet kan
Snik ik ´s nachts zachtjes in mijn bed
Omdat ik weet.
Dat wat ik niet wil delen
Jij bent er in mijn hoofd
Ik voel, dat dit niet post zal vatten
Niet goed zal vallen
Als ik over jou vertellen zal.
Doch door jou
Ben ik nooit alleen
In wezen.
Want ik weet
Telkens een stukje meer.
Jij bestaat echt
En ooit kom ik je tegen.
En ja, wat ik nu weet
Is dat ´k je ontmoeten zal
Dit leven.
Val stil
En voel de pijn
Van het net niet genoeg te weten
komen.
De jaren vlieden heen
Zoek niet bewust
Tussen mijn komende en gaande
vriendjes
Weet ik dat ik jou nóg niet vinden
zal.
En leg me neer
Bij wat ik weet
Da´k je pas treffen zal
Na heel veel leed.
Waardoor wij beiden zullen gaan.
Vandaar dat ´t weten
Zijn wrange kantjes heeft.
Dan komt mijn leed
Onverwacht
Ongemeend hard
En zie je weer, in al mijn smart
Je zweeft weer door mijn dromen.
´t Voelt zo veilig, zo troostvol in die
barre tijd
Toch weet ik dat nog vele jaren zullen
volgen
Voordat ´k je in levende lijve
aanschouwen mag
Zo nu en dan hunker ik naar die dag.
Wat niet vermag
Dat ik meer zie, dan dat ik wilde zien.
Jij in soortgelijk leed verzeild,
Weet ik een ding niet
Of jij mij ook, net als ik jou, onbewust
ook ziet.
De angst slaat mij zo nu en dan om
´t hart
Om jou. Om jouw verdriet, je strijd te
overleven.
Zag ik het al die jaren goed?
Of..... moet ik afzien, zie ik je pas een
volgend leven.
We springen jaren verder in de tijd
De drukte van alledag, maakt dat ´k
vrij droomloos slaap
Maar weet
Dat het jou nu ook beter gaat
Al draaf je als een blind paard door
je drukke leven
Geniet naast fel verdriet
Zelden kom ik je nu nog tegen.
Ik bind me aan een ander
En voel dat ook jij je hebt neergelegd
Naast de liefde
Van dat moment.
En toch ik weet......
Dan onverwacht
Hoor ik een diepe stem
Heel zacht
Bedanken
Voor iets, waar geen een 'dankje'
spreekt.
Jij, die al die tijd mij steunde via
dromen
´k Ben je eindelijk tegengekomen.
Jij bent een man geworden, die mijn
respect afdwingt.
Beschaafd, respectvol, waardig
Onderga jij op die mensonwaardige
plek,
Waar ik me niet laat voegen,
Uiterlijk rustig, beroepsgedeformeerde
lompheid.
Je sprak nooit in de vredige dromen
En toch... deed het geluid me vol
verwachting opveren.
Ik keek
En voelde, meer nog dat ik zag
Dat onverwacht dan toch, onverwacht,
de dag daar was.
Je gelaat, zo vertrouwd
Dat ik viel als een blok
Al wist ik wat ik weet
En wilde dat ik niet geweten had.
Dat ons rest wat nu wordt gegeven.
Té korte tijd, al is de tijd altijd té kort,
Wanneer je leven kunt met de ware
in je leven.
Omdat ik nu, wat jaren verder
Minder weet
Dan dat ik vanaf jongsaf heb
geweten.
Trachten de toekomst in te halen
Het moeten weten, te forceren
Vermijd ik liever
Vuurbang
Om werkelijk te weten.
Want wat ik toen al wist
Was minder erg om te weten
Leek niet onoverkomelijk
Want, was het waar, dat wat ik wist
Zou het zo zijn, dat ik slechts dacht
te weten?
Dus legde ik te nonchalant
dat naast me neer
Waar ik juist door die gave,
beter had horen weten.
Wat was de angel
in ´t ooit lang en gelukkig leven?
Dat me behoedzaam door de jaren,
door weet-ik-veel-wie
Werd ingegeven?
Om me voor te bereiden op de tijd
Die zich minder luchtig zou
manifestern.
Het lot besliste in ons nadeel.
Als je halverwege de zomer
Ballast uit je lente
Beiden mee te zeulen hebt
Elk daarmee in 't reine zien tekomen
Is zo heel anders
Dan als puur, naief, jong
onbezonnen,
lachend alle horden nemend.
´t Zweven op die roze wolk
Kenmerkend voor de liefde
Is ons wel vrij wreed ontnomen
De angel in het lang,
Zoekend naar een samen
gelukkig leven.
Edoch, ik weet......
En nu niet langer meer
in angst en vreze
Want ik heb lief,
de liefde uit een vorig leven
Al heb ik niet ´t geschenk ontvangen
Met hem vanaf ´t begin alles te
kunnen delen
Dan nog....
is het meer dan ik had verwacht
En tracht wat extra tijd te stelen.
Al denk ik dat hij dit nimmer zal lezen
Al denkt hij dat zijn ratio, zijn rede,
mijn weten overstijgt
Al meent hij niet te weten
Dat ik weet dat ook hij die gave
van het weten kent
Dan nog wil ik hier schrijven
Dat ik hoop dat deze man,
mij mijn nukken zal vergeven
en mijn klagen verdragen,
mijn dwarsheid evenaren
Want als er een is die ik liefheb
Dan is dat deze stille,
machtig magisch mooie
krachtige geest
Die net als ik meer te verstouwen
heeft gekregen, dan hij had verdiend.
En toch is gebleven
zo kijk kwam tijdens mijn
kinderdromen
En voorzover ik durf te zeggen
dat ik weet
Weet ik dat we samen zullen blijven
Dat er een dieper liefde
tussen ons bestaat
Dan dat ik durf te hopen
Dat ik me wend,
tot wie me al dit weten gaf
De bede spreek,
dat onze straf voorbij mag zijn
ook al weet ik niet
wat daartoe de reden was.
We vanaf nu verder mogen leven
Zonder leed, verdriet of pijn.
Dat al wat is geweest
Ook in de geest voorbij mag zijn
De ziel nu schoon
Van wat we ooit
In een eerder leven
Vervuild mogen hebben.
Vraag ik genade
And a little bit of help
Om hem, waarlijk, gelukkig te maken.
Mijn ridder uit mijn kinderjaren.
|